Nieuws
Home
Artikelen
DNA tests Dogs
DNA tests Cats
Hartonderzoek
Gezondheids- inventarisaties
Informatie en activiteiten
Contact
English information

Nederlandse versie
English version

Vachtkleuren bij de kat



Wat zijn 'vachtkleuren'?

Met dank aan Margaret Henderson © voor de foto's bij dit artikel.

Net als bij de meeste andere zoogdieren is het aantal pigmentkleuren bij de kat maar zeer beperkt: er is melanine in twee vormen: het eumelanine, dat zorgt voor de kleuren zwart en bruin (chocolate, cinnamon) en het phaeomelanine dat zorgt voor de kleuren van roodbruin tot bleek-oranje, en we kennen het haemoglobine, de kleurstof van de rode bloedlichaampjes, zorgt voor de roze kleur van de slijmvliezen en de delen van de huid die geen melanine bevatten.

zwart chocolate cinnamon rood
zwart
chocolate
cinnamon
rood
Bij de productie van beide soorten melanine en bij de verdeling van de pigmenten over de vachtdelen zijn veel genenparen betrokken (minstens tien, maar waarschijnlijk meer). Daarnaast bepalen allerlei genenparen de lengte en structuur van het haar en de vacht. Samen bepalen zij de fenotypische expressie die we de 'kleur' van de kat noemen. Voor een beperkt aantal kleurgenen is op dit moment een DNA-test beschikbaar.

De uitbreiding van eumelanine in de vacht wordt door het agouti locus, het A-locus geregeld. Dieren met tenminste één A-allel (AA-dieren of Aa-dieren) laten het 'normale' tabby-patroon in hun vacht zien. Met 'normaal' wordt hier bedoeld: 'zoals bepaald door de andere kleurgenen'. Het dominante (wildvorm) A-allel zorgt er voor dat de haartoppen eumelanine bevatten terwijl de kleur van de basis van de haren door het phaeomelanine wordt bepaald. Doordat de hoeveelheid eumelanine niet overal in de vacht hetzelfde is, ontstaat het tabby-patroon.

black tabby blotched chocolate tabby spotted cinnamon tabby ticked red tabby mackerel
black tabby blotched
chocolate tabby spotted
cinnamon tabby ticked
red tabby mackerel

Dieren die homozygoot zijn voor het recessieve ('non-agouti' of 'hypermelanistisch') a-allel (aa-dieren) hebben geen tabby-patroon. Over de hele lengte van hun haren wordt de kleur door eumelanine bepaald. De vacht wordt egaal gekleurd, we noemen dat 'self' of 'solid'. Het non-agouti genotype maskeert het tabby-patroon ofschoon we bij een deel van de katten nog een zogenaamd 'ghost' patroon kunnen zien ('ghost pattern' of 'ghost marking' genoemd).

De kleur van het eumelanine in de vacht en de huid wordt bepaald door het B-locus. We kennen op dit moment drie allelen op het B-locus: in volgorde van dominantie B > b > bl.
Dieren met tenminste één B-allel produceren zwart eumelanine, dieren met tenminste één b-allel (en die geen B-allel hebben) zullen chocolate eumelanine maken en dieren die homozygoot zijn voor het recessieve bl-allel (blbl-dieren) hebben cinnamon eumelanine in hun vacht en in hun huid. Andere genenparen bepalen waar en hoeveel (zwart, chocolate of cinnamon) eumelanine wordt gevormd.

De restrictie van melanine wordt geregeld door het albino-locus, het C-locus. Op dit moment zijn er vier, misschien vijf, allelen bekend. Slechts drie daarvan zijn van belang in het kader van DNA-testen: in volgorde van dominantie gaat het om C > cb = cs.
Dieren met tenminste één C-allel (full colour) zullen de normale verdeling van melanine in hun vacht laten zien. Net als hierboven geldt dat hier met het woord 'normaal' wordt bedoeld: 'zoals bepaald door de andere kleurgenen'.

C-full  colour cbcb burmese cbcs tonkinese cscs siamese
C-full colour
cbcb burmese
cbcs tonkinese
cscs siamese

Het allel cb (Burmees) verandert de zwarte kleur van het eumelanine in 'sepia- of seal-bruin', de kleur van het phaeomelanine verandert in geel. De points (neus, oren voeten, staart) zijn meestal donkerder dan het lichaam. Het allel cs (Siamees) beperkt het donkere sepia tot de points, de kleur van de vacht van het lichaam wordt licht-sepia tot gebroken wit. Dieren die beide allelen cb en cs hebben (dus de cbcs-katten) krijgen een kleur die het midden houdt tussen Burmees en Siamees, we noemen ze Tonkinezen. Beide allelen (cb en cs) hebben een variabele temperatuur-afhankelijke expressie. In een koudere omgeving krijgen de katten een donkerder gekleurde vacht.
Er is ook nog een allel c dat ervoor zorgt dat er helemaal geen melanine wordt gevormd. Homozygote dieren (cc) hebben een witte vacht en rode ogen. Tot nu toe is er geen DNA-test waarmee de aanwezigheid van dit allel kan worden aangetoond.

albino cat albino wallaby
albino cat
albino wallaby

De verdeling van pigmentkorrels in de schacht van het haar wordt door het D-locus geregeld. Dieren met tenminste één dominant allel (DD- of Dd-dieren) hebben een normale verdeling van de pigmentkorrels in hun haar. De dieren die homozygoot zijn voor het recessieve 'verdunnings-allel' (dd-dieren) hebben samengeklonterde pigmentkorrels in hun haar waardoor de kleur verdund lijkt. De verdunning verandert de kleur die wij waarnemen (de fenotypische kleur) van zwart in blauw (lei-kleurig), van chocolate in lilac en van cinnamon in fawn. De kleur van het phaeomelanine in de vacht verandert van oranje (geelachtig bruin) in crème.

blue lilac fawn cream
blue
lilac
fawn
cream



DNA-testen voor vachtkleuren

Welke rassen kunnen getest worden?

Fokkerijbeleid

Hoe kan ik mijn kat laten testen?