|
|
Vachtkleuren bij honden
Wat zijn 'vachtkleuren'?
DNA-testen voor vachtkleuren
Welke rassen kunnen getest worden?
Met de DNA-testen voor de genotypes van het E-locus en het B-locus krijgt de
fokker inzicht in de belangrijkste vachtkleuren van toekomstige pups. Met de testen heeft
hij de mogelijkheid om een keuze in ouderdieren te maken teneinde ongewenste kleuren bij de
pups te voorkomen, of juist op gewenste kleuren te selecteren.
E-locus (geel versus zwart of bruin)
Elke hond met zwart of bruin eumelanine in de vacht heeft tenminste één
E-allel. Hij zal dan ook òf een homozygoot (EE) òf een heterozygoot (Ee)
genotype hebben. Voor de fokker kan het van belang zijn om het genotype van zijn
fokdieren te weten, uit combinaties waar beide ouderdieren het e-allel dragen
kunnen gele pups (ee) worden geboren.
| Mogelijke combinaties voor het E-locus |
|
Ouders
|
Nakomelingen |
| EE x EE |
100% EE |
|
|
| EE x Ee |
50% EE |
50% Ee |
|
| EE x ee |
|
100% Ee |
|
| Ee x Ee |
25% EE |
50% Ee |
25% ee |
| Ee x ee |
|
50% Ee |
50% ee |
| ee x ee |
|
|
100% ee |
De DNA-test voor het E-locus kan worden toegepast bij elk niet-geel ras, of beter gezegd
bij elk niet-geel dier. Vooral bij rassen waar geel volgens de rasstandaard niet is
toegestaan kan toepassing van de test bij de ouderdieren teleurstellingen bij een volgend nest
voorkomen. Anderzijds, bij rassen waar geel een gewenste kleur is, kan testen op het
genotype van het E-locus de fokker helpen bij zijn keuze voor de juiste reu voor zijn teven om
gele nakomelingen te produceren. Het is allemaal een kwestie van de juiste oudercombinatie maken
nadat de genotypes van de potentiële ouderdieren bekend zijn.
B-locus (zwart versus bruin)
.jpg)
Elke hond met zwart eumelanine in de vacht heeft tenminste één B-allel. Hij zal dan
ook of een homozygoot (BB) of een heterozygoot (Bb) genotype hebben. Voor de
fokker kan het van belang zijn om het genotype van zijn fokdieren te weten, uit combinaties
waar beide ouderdieren het b-allel dragen kunnen bruine (chocolate, liver) pups (bb)
worden geboren.
| Mogelijke combinaties voor het B-locus |
|
Ouders
|
Nakomelingen |
| BB x BB |
100% BB |
|
|
| BB x Bb |
50% BB |
50% Bb |
|
| BB x bb |
|
100% Bb |
|
| Bb x Bb |
25% BB |
50% Bb |
25% bb |
| Bb x bb |
|
50% Bb |
50% bb |
| bb x bb |
|
|
100% bb |
In het algemeen kan de DNA-test voor het B-locus worden toegepast bij elk ras
met zwart eumelanine, of beter gezegd bij elk dier met zwart eumelanine. Vooral bij
rassen waar bruin volgens de rasstandaard niet is toegestaan kan toepassing van de test bij de
ouderdieren teleurstellingen bij een volgend nest voorkomen. Anderzijds, bij rassen waar
bruin een gewenste kleur is, kan testen op het genotype van het B-locus de fokker helpen
bij zijn keuze voor de juiste reu voor zijn teven om bruine nakomelingen te produceren.
Voorlopig is er nog één belangrijke beperking bij het toepassen van de
DNA-test voor het B-locus.
Er is sprake van meerdere allelen voor bruin (b-allelen). Op dit moment
zijn er drie bekend, in de nabije toekomst zullen er waarschijnlijk meer worden
gevonden. Voordat we een ras kunnen testen zullen we moeten weten of de bruine
kleur in dat ras wordt veroorzaakt door één of meer van de bekende allelen waar
we op kunnen testen. De DNA-test voor het B-locus zal voor elk ras moeten
worden gevalideerd.
Op dit moment is de DNA-test voor het B-locus volledig gevalideerd voor de
Labrador Retriever, Flatcoated Retriever en de Dalmatische Hond. Bij
andere rassen zullen we moeten nagaan of de bruine kleur niet het resultaat is van een
actie van een allel dat nog niet in de DNA-test is opgenomen.
E-locus en B-locus (gele honden met een bruine neus en bruine oogleden)
Het e-allel voor de afwezigheid van eumelanine heeft alleen invloed op het eumelanine in de
vacht, niet in de huid. Dat betekent dat bij ee-dieren de kleur van de vacht varieert
van mahoniebruin tot lichtgeel, maar ze zullen wel een eumelanine-gekleurde neus en oogleden
hebben.
Bij veel rassen is de combinatie van een gele vacht en bruine neus en bruine oogleden
ongewenst. Óf omdat dat volgens de standaard niet is toegestaan, òf omdat men dat gewoon
niet mooi vindt.
Bij de Dalmatische Hond zijn de gekleurde vlekken zwart of bruin (liver) als gevolg van het
eumelanine in de vacht. Af en toe worden er 'lemon' gekleurde dieren geboren. Lemons
zijn honden die geen eumelanine in hun vacht (ee-dieren) hebben. De kleur van de vlekken
varieert hierbij van lichtgeel tot helder oranjebruin. De neus en oogleden zijn
eumelanine-gepigmenteerd. Een lemon-gekleurde hond met een bruine neus en bruine oogleden (bb)
noemen we 'orange'.
Onderstaand een opsomming van de genotypes voor het E- en B-locus voor de vier mogelijke kleuren
bij de Dalmatische Hond, waarbij een punt staat voor de allelen die voor het fenotype niet ter
zake doen:
| Fenotype |
Genotype |
|
| Zwart |
E. B. |
Elke hond met zwarte vlekken kan de allelen e en/of b dragen |
| Bruin (liver) |
E. bb |
Elke hond met bruine vlekken (liver) kan het allel e dragen |
| Lemon |
ee B. |
Elke hond met lemon vlekken kan het allel b dragen |
| Orange |
ee bb |
Honden met orange vlekken die hun genotype voor de kleur in hun fenotype laten zien |
Met de DNA-test voor het E- en B- locus kan het genotype voor deze loci bij
fokdieren worden bepaald waardoor kan worden vermeden dat er pups met een ongewenste kleur
worden geboren. Als we geen lemon en orange honden in de fokkerij gebruiken,
-
worden 'lemon' pups alleen geboren uit ouders met het e-allel (dus uit Ee x Ee)
-
worden 'orange' pups alleen geboren uit ouders die beide de allelen e en b dragen (dus uit EeBb x EeBb)
Als bij een Dalmatische Hond met overigens uitmuntende kwaliteiten de enige fout de kleur is
(lemon, eeB. of orange, eebb), kan de DNA-test van nut zijn om zijn goede
(mogelijk zelfs waardevolle) genen voor de genenpool te behouden. Gecombineerd met een
hond die bewezen vrij is van het e-allel zullen alle nakomelingen
eumelanine-gepigmenteerde vlekken hebben. Ze zullen of zwart (EeB.) of bruin (Eebb)
gevlekt zijn.
Fokkers van Labrador Retrievers kunnen met een vergelijkbaar
'kleurprobleem' te maken krijgen. Geel (ee) is een toegestane kleur
en gele honden moeten het liefst een zwarte neus en oogleden bezitten
(ze moeten eeB. zijn). Omdat bruin (liver, chocolate) ook een
geaccepteerde kleur is kan nauwelijks worden voorkomen dat er af en
toe 'yellow livers' (eebb) worden geboren. Deze honden hebben
een bruine neus en bruine oogleden en verliezen hierdoor wat van de typische
expressie die bij de (normale) 'yellow black' (eeB.) hoort.
Fokkers kunnen vermijden dat er yellow liver pups worden geboren door
bij de gele fokdieren de DNA-test voor de allelen van het B-locus toe te passen
en bij de zwarte en bruine fokhonden die voor de allelen van het B- en
E-locus toe te passen. Met deze informatie kan een juiste keuze
in de combinatie van ouderdieren worden gemaakt.
Bij alle andere rassen waar de kleur bruin (b) of geel (e) in
selectieprogramma's een rol speelt kan de DNA-test voor het B-locus en/of het
E-locus fokkers helpen de beste keuzes te maken. De bruine kleur van het eumelanine
is bij veel rassen minder gewenst, niet alleen in de neus en oogleden bij gele honden,
maar ook in donkere maskers, bij brindles en bij honden met een zadelpatroon. Hetzelfde
geldt voor het gemis aan eumelanine, bij veel rassen zijn gele honden niet toegestaan.
Maar zolang het e-allel binnen de populatie voorkomt, zullen er zo nu en dan gele honden worden
geboren.
Fokkerijbeleid
Hoe kan ik mijn hond laten testen?
|
|
|