Nieuws
Home
Artikelen
DNA tests Dogs
DNA tests Cats
Hartonderzoek
Gezondheids- inventarisaties
Informatie en activiteiten
Contact
English information


Vachtkleuren bij honden



Wat zijn 'vachtkleuren'?

DNA-testen voor vachtkleuren

De afwezigheid van eumelanine vererft autosomaal recessief, het verantwoordelijke allel bevindt zich op het E-locus. Dit allel (e) vinden we bij vrijwel alle rassen die een vachtkleur (zouden moeten) hebben met daarin eumelanine pigment (E). Eumelanine in de vacht is bij een aantal rassen een gewenst kenmerk, bij een deel van de rassen zelfs een vereist kenmerk. Dieren met het ee-genotype worden bij die rassen uitgesloten van de fokkerij. Bij andere rassen is het precies andersom. Hier worden dieren met eumelanine in de vacht volgens de rasstandaard niet geaccepteerd. Alle dieren van deze rassen moeten juist het ee-genotype bezitten.

  • Uw hond is EE (en heeft twee allelen voor de normale productie van eumelanine). De vacht zal eumelanine (zwart of bruin) laten zien en, minstens zo belangrijk, de hond zal het allel voor de afwezigheid van eumelanine (e) niet doorgeven aan de volgende generatie.
  • Uw hond is Ee (en heeft één allel voor de normale productie van eumelanine en één allel voor de afwezigheid van eumelanine). De hond zal (zwart of bruin) eumelanine in de vacht laten zien, maar het allel voor de afwezigheid van eumelanine (e) aan de helft van zijn nakomelingen doorgeven.
  • Uw hond is ee (en heeft twee allelen voor de afwezigheid van eumelanine). In zijn vacht zal hij geen (zwart of bruin) eumelanine laten zien en hij zal het allel voor de afwezigheid van eumelanine (e) aan al zijn nakomelingen in de volgende generatie doorgeven. De kleur van de vacht van de hond varieert van mahoniebruin tot lichtgeel. Let wel: het ee-genotype heeft geen invloed op de vorming van eumelanine van de neusspiegel en de ogen.
coat (4) De bruine kleur van het eumelanine vererft ook autosomaal recessief. Het verantwoordelijke allel bevindt zich op het B-locus. In bijna alle rassen waarbij een vachtkleur met zwart eumelanine (B) is voorgeschreven komt ook het allel voor bruin (b) voor. Daar waar een zwarte kleur gewenst of zelfs vereist is worden dieren met het bb-genotype van de fokkerij uitgesloten. De fokdieren moeten een BB- of Bb-genotype bezitten. Bij andere rassen is het precies andersom. Hier worden dieren met zwart eumelanine in de vacht volgens de rasstandaard niet geaccepteerd. Alle dieren van deze rassen moeten juist het bb-genotype bezitten.

De DNA-test voor het B-locus geeft drie mogelijke resultaten:
  • Uw hond is BB (en heeft twee allelen voor de vorming van zwart eumelanine). De vacht en de gepigmenteerde delen van de huid zullen zwart eumelanine laten zien en, minstens zo belangrijk, de hond zal het allel voor bruin eumelanine (b) niet doorgeven aan de volgende generatie.
  • Uw hond is Bb (en heeft één allel voor de vorming van zwart eumelanine en een allel voor bruin eumelanine). De hond zal zwart eumelanine in de vacht de gepigmenteerde delen van de huid laten zien, maar het allel voor bruin eumelanine (b) aan de helft van zijn nakomelingen doorgeven.
  • Uw hond is bb (en heeft twee allelen voor bruin eumelanine). In zijn vacht en de gepigmenteerde delen van de huid zal hij bruin eumelanine laten zien en hij zal het allel voor bruin (b) aan al zijn nakomelingen in de volgende generatie doorgeven.
Een probleem bij de DNA-test om b-allelen op te sporen bij honden die fenotypisch zwart zijn (waarvan we zouden willen weten of ze BB of Bb zijn) is dat er meerdere allelen voor bruin eumelanine zijn (er is niet slechts één 'b'). Blijkbaar zijn er in de loop der tijd meerdere mutaties op het B-locus geweest met elk voor zich een andere wijziging van de structuur van het DNA op het gen voor 'Tyrosinase Related Protein 1'. Hoewel deze mutaties op DNA-niveau verschillende allelen tot gevolg hebben, leiden ze op het niveau van de vorming van eumelanine allemaal tot hetzelfde uitwendig zichtbare effect, de verandering van het eumelanine van zwart naar bruin.

Op dit moment kennen we tenminste drie verschillende b-allelen, maar er zullen er zeker nog meer worden gevonden. Dat betekent dat we, voordat we de DNA-test voor het B-locus kunnen toepassen, de test voor het ras waartoe het dier behoort dient te worden gevalideerd. We moeten er zeker van zijn dat het b-allelen in de test ook daadwerkelijk bij dit ras voorkomen.


Welke rassen kunnen getest worden?

Fokkerijbeleid

Hoe kan ik mijn hond laten testen?