Nieuws
Home
Artikelen
DNA tests Dogs
DNA tests Cats
Hartonderzoek
Gezondheids- inventarisaties
Informatie en activiteiten
Contact
English information

Nederlandse versie
English version

Vachtkleuren bij honden



Wat zijn 'vachtkleuren'?

Net als bij de meeste andere zoogdieren is het aantal pigmentkleuren bij de hond maar zeer beperkt. We kennen het melanine in twee vormen: het eumelanine, dat zorgt voor de kleuren zwart en bruin (chocolate of leverkleur) en het phaeomelanine dat zorgt voor de kleuren van roodbruin tot geelbruin.
coat (6) Verder is er haemoglobine, de kleurstof van de rode bloedlichaampjes, die zorgt voor de roze kleur van de slijmvliezen en de delen van de huid die geen melanine bevatten.
Bij de productie van beide soorten melanine en bij de verdeling van de pigmenten over de vachtdelen zijn veel genenparen betrokken (minstens tien, maar waarschijnlijk meer). Daarnaast bepalen allerlei genenparen de lengte en structuur van het haar en de vacht. Samen bepalen zij de fenotypische expressie die we de 'kleur' van de hond noemen. Voor een beperkt aantal kleurgenen is op dit moment een DNA-test beschikbaar.

De aan- of afwezigheid van eumelanine in de vacht wordt geregeld door het E-locus. Dieren met tenminste één dominant E-allel (EE- of Ee-dieren) laten 'normaal' ontwikkeld eumelanine in de vacht zien. Met 'normaal' wordt hier bedoeld: 'zoals bepaald door de andere kleurgenen'. Dieren die homozygoot zijn voor het recessieve e-allel (ee -dieren) produceren geen eumelanine in de vacht. Hun vacht zal 'roodachtig' van kleur zijn, variërend van mahoniebruin (zoals bij de Ierse Setter) tot geel (zoals we dat kennen bij de Labrador Retriever en vele andere rassen). Het e-allel heeft geen invloed op de productie van eumelanine in de huid, zoals we kunnen zien in de ogen, de oogleden en de neusspiegel.
Er is nog een derde allel in de E-serie, het Em-allel. Dit beperkt de vorming van eumelanine tot het masker, een kleurpatroon dat we onder andere bij veel dog-achtigen zien.

De kleur van het eumelanine in de vacht en de huid wordt bepaald door het B-locus. Dieren met tenminste één dominant B-allel (BB- of Bb -dieren) zullen zwart eumelanine produceren, degenen die homozygoot zijn voor het recessieve b-allel (bb-dieren) zullen bruin eumelanine in de huid en de vacht hebben. Andere kleurgenen bepalen waar en hoeveel (zwart of bruin) eumelanine wordt gevormd.

DNA-testen voor vachtkleuren

Welke rassen kunnen getest worden?

Fokkerijbeleid

Hoe kan ik mijn hond laten testen?