|
|
Info voor de vereniging
Langzaam maar zeker komen er voor steeds meer erfelijke afwijkingen DNA-markers beschikbaar.
Met behulp van die markers kunnen we de erfelijke aanleg van onze dieren vaststellen.
We kunnen onderscheid maken tussen "lijders", "dragers" en "vrije dieren".
Daarmee wordt het mogelijk om een selectieproces in gang te zetten waarbij we in één of
in enkele generaties de foute erfelijke aanleg helemaal uit het ras kwijt raken.
Zodra er markers beschikbaar komen, hebben we de mogelijkheid om een ras helemaal vrij
te maken van de erfelijke aanleg voor die afwijkingen. Met de selectiemethoden waarmee
we tot nu toe werkten, lukte dat nooit helemaal. Er bleven altijd onvindbare dragers
in de populatie die ervoor zorgden dat de schadelijke erfelijke aanleg werd doorgegeven
aan volgende generaties.
Voor de rasvereniging (voor de samenwerkende fokkers) is het van het grootste belang om
bij het beschikbaar komen van een DNA-marker voor een kenmerk zorgvuldig af te wegen hoe
hard we willen selecteren tegen dat ongewenste kenmerk. De neiging is groot om
onmiddellijk, in één generatie, alle dieren uit te sluiten die de ongewenste erfelijke
aanleg hebben. Dat is natuurlijk de oplossing voor het probleem dat we kwijt willen,
het kan echter tot een ramp leiden voor het ras.
Het is belangrijk een beeld te hebben van de mate waarin de afwijking binnen het ras
voorkomt. Indien bijvoorbeeld de helft of meer van de dieren het foute gen bij zich draagt,
is het verstandig om terughoudend te zijn bij het uitsluiten van dieren.
Zouden we de helft of meer van de dieren binnen een ras in één selectie-ronde kwijt raken,
dan leidt dat tot een sterk verhoogde inteelt in volgende generaties met alle gevolgen van
dien. We krijgen dan niet alleen een toename van andere erfelijke afwijkingen, we zullen
ook zien dat in de generaties daarna de vitaliteit van het ras sterk afneemt.
We merken dat aan een toenemende gevoeligheid voor ziekten, een toenemend percentage
bange en nerveuze dieren en een afnemende vruchtbaarheid.
Wanneer u als vereniging besluit om de bestrijding van een afwijking met behulp van een
DNA-marker in gang te zetten, is het aan te bevelen daarover vooraf goede
selectie-afspraken met de fokkers te maken. Ook zij hebben belang daarbij.
Niemand wil zijn lijn, het product van vaak vele jaren selectie, zomaar van de ene
dag op de andere kwijtraken. Indien u behoefte hebt aan advisering of ondersteuning bij
de keuze van uw selectiebeleid, zullen wij u graag van dienst zijn (info@gencouns.nl).
|
|