|
|
Certificering van DNA-onderzoek.
GCS ondersteunt eigenarenorganisaties en fokkers van gezelschapsdieren bij het ontwikkelen
en toepassen van hun fok- en selectiebeleid. Een afstammingsbestand met daaraan gekoppeld
een betrouwbaar weefselarchief (een DNA-databank) en betrouwbare
onderzoeksuitslagen zijn
voor de uitvoering van dit beleid essentieel. GCS, als onafhankelijk instituut, sluit
overeenkomsten met alle betrokken partijen teneinde de benodigde informatie en materialen
ten behoeve van dit beleid beschikbaar te maken.
De essentie van de genoemde "betrouwbaarheid" in het kader van DNA-onderzoek is dat door
een onafhankelijk persoon (zoals een dierenarts) éénduidig moet zijn vastgesteld dat het
weefselmonster, dat wordt opgeslagen of waaraan de metingen worden verricht, ook
daadwerkelijk afkomstig is van het op het meldingsformulier aangeduide dier. Op grond van
deze verklaring certificeert GCS het weefselmonster c.q. het onderzoeksresultaat.
Werkwijze
De eigenaar die een weefselmonster in de DNA-databank wil laten opslaan of wil deelnamen
aan een DNA-onderzoek, meldt zich bij de dierenarts voor de afname van het monster. De
eigenaar van de hond, kat of andere diersoort dient daarbij te overleggen:
a. een meldingsformulier dat door de eigenaar vanaf de
website van GCS kan worden geprint, mocht de eigenaar daar nog niet over beschikken, u
kunt hier blanco meldingsformulieren voor een hond of een
kat printen
en deze handgeschreven invullen.
b. een kopie van het registratiedocument van het
dier (bijvoorbeeld van de stamboom) waarin de relatie wordt gelegd tussen het chip- of
tatoeagenummer van het dier en de overige identiteitsgegevens.
Van groot belang is een nauwkeurige controle van de identiteit van het aangeboden dier.
Voorafgaand aan de monstername dient een controle plaats te vinden van het tatoeage-
dan wel het chipnummer van het aangeboden dier ter vaststelling dat dit overeen komt
met de gegevens op de overlegde kopie van het registratiedocument. Indien de identiteit
van het dier niet of met onvoldoende zekerheid is vast te stellen, dient de dierenarts
de eigenaar hierop attent maken. Hij zal deze bevinding ook op het meldingsformulier
noteren.
Strikt genomen tekent de dierenarts ervoor dat het door hem, namens de eigenaar,
ingezonden monster afkomstig is van het dier waarvan het chip- of tatoeagenummer vermeld
is op het bijgevoegde meldingsformulier.
Na controle op de identiteit van het dier en volledige invulling en ondertekening door
zowel de eigenaar als de dierenarts van het meldingsformulier wordt het weefselmonster
afgenomen.
Indien de eigenaar een niet-geïdentificeerd dier aanbiedt voor monstername is
het aan hem te bepalen of de identificatie alsnog middels een chip moet worden aangebracht.
Uiteraard kan zonder identificatie van het dier aan de eigenaar uitsluitend een verklaring
met de uitslag bij een "niet nader gespecificeerd weefselmonster" worden afgegeven.
Er is dan geen basis om dit resultaat te verbinden aan een dier.
Indien het monster bedoeld is ten behoeve van opname in de DNA-databank, moet dat
tenminste 4 ml EDTA-bloed zijn. In gevallen dat die hoeveelheid om welke reden dan ook
niet kan worden afgenomen kan ook met minder worden volstaan. Daarbij moet echter worden
aangetekend dat daarmee het aantal keren dat de eigenaar gebruik kan maken van het monster
gedurende de opslagperiode ook evenredig beperkter zal zijn.
Ten behoeve van de bepaling van het genotype van het dier met behulp van DNA-markers kan
ook celmateriaal van het wangslijmvlies worden afgenomen met behulp van swabs.
Indien dat haalbaar is verdient de afname van 1 à 2 ml EDTA-bloed echter de voorkeur.
Onderzoek op basis van celmateriaal van swabs bergt een grotere foutkans in zich en biedt
minder mogelijkheden om achteraf, in geval van twijfel, aanvullend onderzoek te doen.
Daarmee worden de garanties die GCS de eigenaar kan bieden minder.
Vervolgens dienen buisjes met EDTA-bloedmonsters (m.b.v. een watervaste viltstift)
te worden gedocumenteerd. Duidelijk leesbaar moet zijn:
het identificatienummer van het dier (eventueel een barcode-sticker gebruiken), bij
het ontbreken van een identificatienummer, de naam van het dier;
de datum van monstername zoals vermeld op het meldingsformulier.
De buisjes worden breukvrij verpakt en tezamen met het bijbehorende meldingsformulier
en de kopie van het registratiedocument, voldoende gefrankeerd, verzonden aan:
|
Genetic Counselling Services |
| Haarweg 8 |
| 7676 PE Westerhaar - Vriezenv wijk |
| Nederland |
Swabs dienen per set van drie swabs, afkomstig van één en hetzelfde dier, apart te
worden verpakt, volgens de bijgeleverde instructie.
Indien u na het lezen van de voorgaande informatie nog vragen hebt, stuurt u ons dan
even een e-mail (info@gencouns.nl) of neemt u
even telefonisch contact op (0031 (0)546 658362). Hebt u nog andere vragen of suggesties,
ook dan zien wij uw e-mailbericht gaarne tegemoet.
|
|